Achtereenvolgens trok hij door de streken Velay, Gévaudan, Vivarais, om via de Mont Lozère in Saint-Jean-du-Gard uit te komen. In de tijd van Stevenson was dat een heel avontuur.
Met Robert Louis Stevenson door
Cevennen
Herman Van
Hilst
Hoe
komt een Schotse auteur als Stevenson (1850- 1895) in deze toeri en deels nu nog
verlaten streek terecht? Wel, de man had liefdesverdriet. Hij had zijn zinnen
gezet op de Amerikaanse Fanny Osborne, maar deze dame bleef voorlopig
onbreikbaar (Later is hij toch met haar getrouwd).
Zijn huisarts en vriend raadde hem aan zijn zinnen te verzetten. Hij zou beter tot zichzelf komen op het platteland en het werd Le Monastier-sur-Gazeille. Na enkele weken daar begon hij zich stierlijk te vervelen en opteerde voor een zwerftocht door de Cevennen. Voor 65 oude Franse franken en een glas cognac kocht hij van een plaatselijke boer een ezelin die zijn bagage zou dragen.
Achtereenvolgens trok hij door de streken Velay, Gévaudan, Vivarais, om via de Mont Lozère in Saint-Jean-du-Gard uit te komen. In de tijd van Stevenson was dat een heel avontuur. Hij overnachtte deels bij boeren, deels in de open lucht. Het gebeurde regelmatig dat hij fout liep, maar onderweg had hij vaak onverwachte ontmoetingen. In 1879 kwam 'Travels with a donkey in the Cevennen' uit dat later geregeld in het Frans vertaald werd.
Een warm onthaal
Aanvankelijk
was de Sentier Stevenson een vaag bewegwijzerd streekpad. In 1994 kreeg het
erkenning en werd het als GR70 een volwaardig GR-pad. Inmiddels is er veel
veranderd: topografische kaarten moesten aangepast worden, sommige gîtes d'étape
werden opgedoekt en andere kwamen in de plaats. Maar de hele route is nu keurig
gemarkeerd en fout lopen is er niet meer bij. Omwille van tijdsgebrek lopen we
dit keer de Stevensonroute door de Cevennen met start in
La Bastide-Puylaurent.
Dit dorpje de Fransen noemen het een stad ligt langs de D 906 tussen Langogne en Alès. Het kreeg enige betekenis bij de aanleg van de spoorlijn "Le Cévenol" en het ligt op 1000 m hoogte tussen de Vivarais (Ardèche) en de Cévennen of het departement van de Lozère.
Zoals gewoonlijk nemen we onze intrek in de gîte "L'Etoile"
bij
Philippe Papadimitriou
waar ons een goed onthaal wacht. Philippe zit aan de piano en tracht wat zinnige
klanken los te weken. Het openhaardvuur knappert en zijn metgezel de hond Billy
kwispelt met zijn staart.
De volgende dag zijn we bekomen van de verre reis en gaan we meteen op tocht. Stevenson volgde wel de D 6 weg toen een karrespoor naar Chasseradès. Tegenwoordig loopt de route over de hoogten, midden door de bossen. We vinden de routemarkeringen aan het station, tegelijk GR70, steeds hoger de bossen in.
Langs een brede landweg duurt de klim wel een uur en op de plaats La Mourade bereiken we het hoogste punt van de dag, 1308 m. De bossen zijn verdwenen en we lopen op een plateau van weiden en struiken met prachtige vergezichten in alle richtingen. Langzaam dalen we af en we vervoegen de D 6. Eerst komen we langs het station (zijspoor La Bastide-Mende) en dan volgt Chasseradès. Daar zijn wel een paar degelijke hotels, maar de bakker/ kruidenier is verdwenen. We klimmen langs rotspartijen via Mirandol (viaduct) naar l'Estampe. Helaas is de gîte d'étape van Mme Rouge opgedoekt en Les Alpiers ligt nog 8 km (of bijna twee en half uur lopen) verder.
De Mont Lozère over
De
tweede dag (l' Estampe-station du Mont Lozère) lopen we eerst door het forêt
domaniale du Goulet, een gemengd bos. Het is wel 1250 ha groot en het duurt dus
even voor we
Le Bleymard in
zicht krijgen. Hier moeten we even opletten. Aanvankelijk lopen de Tour du Mont
Lozère en de Stevensonroute dezelfde richting uit. De eerste loopt helemaal door
het dorp en verdwijnt dan in westelijke richting. Onze route neemt vlak voor het
dorpscentrum (wegwijzer La Fontaine) linksaf een straatje dat bergop gaat en
volgt de zuidelijke richting naar de Mont Lozère toe.
Ze klimt dan geleidelijk aan hoger tot we bij een
kale plek of het skistation van de Mont Lozère komen. Hier heeft de wind vrij
spel en kan het wat frisser worden. De noordflank van de Mont Lozère staat
bekend voor eerder gure weersomstandigheden. Veiligheidshalve hebhen de meeste
huizen hun ingang aan de zuidkant. We zijn nog lang niet op het
hoogste punt van
de Mont Lozère, maar dat komt wel tijdens de derde etappe. Onze route gaat dwars
door de weiden en we volgen een "draille".
Hiermee wordt de jaarlijkse trek van de schapenkuddes naar de hoger gelegen weiden bedoeld. Midden juni trekken die vanuit de valleien in het zuiden, waar alles al dor en leeggevreten is, in acht tot tien dagen naar het noorden op zoek naar eten. Ook de Mont Lozère is een vaste zomerverblijfplaats voor de kuddes. Ooit bedroeg het kuddebestand ruim 200.000 stuks. Als je nu schapenkuddes van 1000 stuks ontmoet mag je al blij zijn. Het hoogste punt van de Mont Lozère en van de hele tocht is de Sommet de Finiels (1659 m). Dan volgt de afdaling door bossen; later komen rotsachtige partijen naar de volgende etappeplaats, Pont-de-Monvert.
Mediterrane sfeer
Vanaf Pont-de-Montvert (vierde etappe) komen we langzaam
in een zuiders landschap terecht. De granietrotsen van de Mont Lozère maken
plaats voor leisteen en de dennenboompjes rukken op. Ter hoogte van de Col de
Planette verlaten we even de Sentier Stevenson (die naar
Florac afbuigt)
nemen we de GR 72 naar Cassagnas. Vannacht slapen we in de gîte d'étape Mas de
la Frutgère, gerund door Patrick Saintemarie, die alles van deze route afweet.
Op onze vraag of de route niet al te druk belopen wordt, antwoordt hij: "Eerst waren het vooral Engelsen en Schotten die de route kwamen ontdekken. Sinds enkele jaren krijgen we ook erkenning in het buitenland en geregeld komen onze eigen landgenoten langs. Erg druk wordt het echter zelden."
Vanaf
Cassagnas gaat er een directe route
(vijfde etappe) via de Col des Laupies naar Serre de la Can. We blijven echter
de Sentier Stevenson trouw en vinden even ten zuiden van Cassagnas (weg N 106
oversteken) de nodige aanwijzingen. Opnieuw lopen we door gemengde bossen en dat
geeft dan weer schaduw. Even huiten onze route is er nog Le Plan de Fontmort,
een kruispunt van wegen.
In de tijd van de
Camisards werd
hier geregeld strijd geleverd. Nu staat er een zuil die herinnert aan de
honderdste verjaring van het edict van Nantes. Onze route volgt een breed pad en
we hebben mooie vergezichten op de Vallée Française. Wat verder aan onze
rechterkant staat er nog een grote menhir die naar de vallei gericht is. Hij zou
iets te maken hebben met de aanbidding van
de zon of met vruchtbaarheidsriten.
Via de Col de la Pierre Plantée (891 m), een herkenningspunt midden in de
bossen, dalen we langzaam af naar Serre de la Can.
Het is een vakantiecentrum met hotel, gîte d'étape, vakantiewoningen en met zwemgelegenheid.
Vanaf Serre de la Can dalen we af naar het mooie dorp St Germain de Calberte (romaans kerkje). We verlaten dit dorp via de D 983, richting Saint-]ean-du-Gard. Aanvankelijk slaagt onze route erin de asfaltweg te vermijden, maar later moeten we enkele keren en voor een langere tijd de weg blijven volgen.
Onderweg is er nog een aftakking naar de gîte d'
étape Pont de Burgen (nog 1 km buiten de route) voor diegenen die hier
willen
overnachten. Dan volgt het toeristische plaatsje Saint-Etienne-Vallée-Française.
Even voorbij de brug over de Gardon
duikt de Sentier Stevenson dieper het hinterland in, om via de Col de
Saint-Pierre (596 m) het eindpunt Saint-Jean-du-Gard te bereiken (12 km). Wil je
eventueel overnachten in de gîte d'étape van Marouls, dan moet je noodgedwongen
de D 983 blijven volgen.
De zevende en laatste etappe is dan erg kort (7 km of 2 uur), maar dat laat je toe 's middags in Saint-Jean-du-Gard de bus te nemen naar Alès. Dit stukje Cevennen is alleszins een aanrader.
Voorheen was "L'Etoile" een toeristisch Hotel met een prachtig park eromheen langs de rand van de rivier "l'Allier" gelegen in La Bastide Puylaurent tussen de Lozère, de Ardèche en de Cevennen in de bergen van Zuid Frankrijk. Kruising van de GR70 Stevenson route, GR7, GR72, GRP Le Cévenol, Regordane Weg (St Gilles route), Roujanel Rondeweg, Margeride Rondeweg, Gorges de l'Allier Wandeltocht, Montagne Ardéchoise Rondeweg en veel kleine Routepaden.